Geschiedenis

Geschiedenis van de Fundatie

De Fundatie van de Vrijvrouwe van Renswoude te Delft heeft een rijke geschiedenis. Een van de doelstellingen van de stichting is het instandhouden van het erfgoed van de stichting en haar rechtsvoorgangers en het uitdragen van het historisch belang van deze stichting(en).

Maria Duyst van Voorhout

Maria Duyst van VoorhoutDe Fundatie van de Vrijvrouwe van Renswoude is opgericht op 26 april 1754. De stichting is genoemd naar Maria Duyst van Voorhout, echtgenote van Frederik baron van Reede, vrijheer van Renswoude en Emmikhuijzen.

Maria wordt geboren in Delft in 1662, woont een deel van haar leven in Den Haag en overlijdt in 1754 in Utrecht. Zij laat geen kinderen na, maar wel een enorm kapitaal. In haar testament bepaalt zij dat driekwart van haar vermogen wordt besteed aan het stichten van drie fondsen onder bestuur van weeshuizen in Delft, Den Haag en Utrecht. Uit de opbrengsten moet voor de meest getalenteerde weesjongens een opleiding worden bekostigd tot een eerzaam beroep. Zij worden zo in de gelegenheid gesteld een hogere beroepsopleiding te volgen, vooral in technische wetenschappen en wis- en natuurkunde, maar ook in de humaniora. Op deze wijze wil Maria jongeren een goede opleiding geven én een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van het vaderland.

Fundatieleerlingen

De weesjongens die door de Fundatie werden opgeleid, verhuizen van het Weeshuis (nu Oude Delft 57) naar het speciaal voor hen gebouwde Fundatiehuis (nu Oude Delft 49). Daar is ruimte voor een twaalftal jongens. Zij verblijven er intern en krijgen er onderwijs van vooraanstaande docenten. Sommige leraren zijn in vaste dienst en wonen ook in het Fundatiehuis. Andere worden ingehuurd voor bepaalde vakken, afhankelijk van de wensen en behoeften van de weesjongens.

De Fundatieleerlingen voltooien hun opleiding meestal extern in de praktijk, bij een ambachtsbaas. Als die stage plaatsvindt in Delft, kunnen zij in het Fundatiehuis blijven wonen. Vinden zij een praktijkplek buiten de stad, dan trekken ze in bij hun leermeester of ze gaan op zichzelf wonen.

In totaal neemt de Fundatie 136 jongens als leerling op en 120 van hen voltooiien de opleiding. Ten minste 89 van hen houden er een goede baan aan over. Zestien jongens worden voortijdig teruggeplaatst naar het Weeshuis of overlijden tijdens hun verblijf in het Fundatiehuis.

Lees meer over enkele bekende fundatieleerlingen

Van weeshuis tot studiefonds

De Fundatie verandert in het begin van de twintigste eeuw sterk van karakter. Door betere medische voorzieningen zijn minder wezen dan in voorgaande eeuwen. Bovendien worden de taken van de Rijksoverheid op het gebied van sociale zorg en onderwijs zodanig uitgebreid, dat minder ruimte overblijft voor particulier initiatief. Omdat minder vaak een beroep wordt gedaan op een opleidingsplaats in het Fundatiehuis, blijft er geld onbesteed liggen.

Sinds 1913 worden daarom ook andere jongeren geholpen bij hun opleiding door toekenning van studiebeurzen. De Delftse Fundatie steunt aanvankelijk vooral studenten van de Technische Hogeschool, nu de Technische Universiteit, of uit Delft afkomstige jongens die elders studeren. Pas in 1959 wordt voor het eerst een beurs verleend aan een meisje. De Fundaties in Den Haag en Utrecht maken dezelfde ontwikkeling door als die in Delft: van opleidingsinstituut naar studiefonds. Elk van de drie heeft een eigen bestuur en legt eigen accenten in het beleid. 

Boek: 't Weeshuys binnen DelftHet bestuur van de Delftse Fundatie wordt tot 2015 gevormd door de regenten van het Weeshuis der Gereformeerden binnen Delft. Het Weeshuis wordt in 1975 weliswaar opgeheven als instelling, maar het blijft als stichting voortbestaan, zodat de regenten evenals voorheen de Fundatie kunnen besturen. In 2015 wordt het Weeshuis gefuseerd met de Fundatie. Beide stichtingen gaan samen verder onder de naam Stichting Fundatie van de Vrijvrouwe van Renswoude. In de nieuwe statuten is de doelstelling van het voormalige Weeshuis geïncorporeerd. Ook is een aantal artikelen gemoderniseerd. Zo wordt het vroegere college van regenten sindsdien aangeduid als het bestuur.

Om de opheffing van het in 1578 gestichte Weeshuis te markeren, heeft het bestuur de geschiedenis laten vastleggen. Ingrid van der Vlis schreef er een fraai en goed toegankelijk boek over. Het is voor een vriendelijke prijs te koop bij Delftse boekhandels of te bestellen bij de penningmeester.